Houtsoort: Myrtle beech

Andere namen

Tasmanian myrtle (Groot-Brittannië), Tasmanian beech (Australië), mountain beech, silver beech (Nieuw-Zeeland)

Botanische naam

Nothofagus cunninghamii (Hook. f.) Oerst.

Familie

Fagaceae.

Groeigebied

Zuid-Australië, Tasmanië en Nieuw-Zeeland.

Boombeschrijving

Hoogte 30(-60) m, met soms wortelaanlopen. De takvrije stam is tot 12 m lang en heeft een diameter van 0,6-1,0(-1,5) m.

Aanvoer

Gekantrecht hout.

Houtbeschrijving

Het kernhout is roze tot roodbruin met smal, iets lichter gekleurd spint dat van het kernhout is gescheiden door een smalle zone overgangshout. Myrtle beech heeft geen opvallend geur of smaak.

Houtsoort

loofhout

Draad

Recht, soms lichte kruisdraad.

Nerf

Fijn, gelijkmatig.

Volumieke massa

528-720 kg/m3 bij 12% vochtgehalte, vers ongeveer 960 kg/m3.

Werken

Niet bekend.

Drogen

Zeer variabel in droogeigenschappen. Licht gekleurd myrtle beech (geel tot lichtroze) is zachter dan het donkergekleurde hout en geeft weinig problemen. Rood gekleurd hout moet voorzichtig worden gedroogd om interne scheurtjes te voorkomen. Door de grote krimp tijdens het drogen is de neiging tot collaps, vervorming en scheuren groot.

Bewerkbaarheid

Myrtle beech kan zowel met handgereedschap als machinaal goed worden bewerkt en gedraaid. Bij gebruik van niet te scherp gereedschap bestaat kans op brandvlekken op het bewerkte oppervlak.

Spijkeren en schroeven

Voorboren noodzakelijk. Bij boren gevoelig voor verbranden.

Lijmen

Goed.

Buigen

Goed.

Oppervlakafwerking

Goed.

Duurzaamheid

Schimmels 5. Soorten met duidelijk donkergekleurd kernhout worden in Nieuw-Zeeland voor duurzaamheidsklasse 2 gehouden.
Spint drooghoutboorders G.

Impregneerbaarheid

Kernhout 3.
Spint en overgangshout 1.

Toepassingen

De eigenschappen zijn overeenkomstig Europees beuken en is het hout geschikt voor dezelfde toepassingen, behalve als een lichte kleur wordt gevraagd.
Meubelonderdelen, draaiwerk en snijwerk, vloeren, triplex en deuvels.